De Haagse Ooievaar:
De ooievaar is een echt Haagse verschijning. Eeuwenlang was hij te vinden op de vismarkt, op het eilandje in de Hofvijver of op het dak van de Ridderzaal. Vanaf de 16de eeuw siert de Ooievaar het Haagse stadswapen.
In het middeleeuwse Den Haag was de ooievaar een vertrouwd beeld. In het voorjaar keerden de ooievaars terug uit warmere streken om in Den Haag hun nest te bouwen, eieren te leggen en uit te broeden en hun jongen groot te brengen, waarna in de herfst de trek naar het zuiden begon. De komst van de eerste ooievaars werd altijd met vreugde begroet. Zij symboliseerden het nieuwe leven in het voorjaar en werden gezien als brengers van voorspoed en geluk. Op tal van daken en schoorstenen, zoals de Ridderzaal en de Gevangenpoort, werden kunstnesten geplaatst.
Op de Haagse vismarkt in de Schoolstraat liepen ooievaars rond, die tot taak hadden het visafval op te ruimen. Ze waren gekortwiekt en werden op den duur zo tam dat ze uit de hand aten. Speciaal voor hen was er op de markt een hok getimmerd, waar ze als de markt gesloten was, konden verblijven. Begin 1900 kregen de ooievaars last van hun gezondheid als gevolg van het schoonspuiten van de markt met chemicaliën. De overheid besloot daarop de 'stadsooievaars' over te brengen naar het eilandje in de Hofvijver. Daar kregen ze het echter aan de stok met een zwanenpaar, waarna ze tenslotte werden gehuisvest in de Haagse dierentuin. Sinds het midden van de jaren tachtig gaat het veel beter met de ooievaar en neemt het aantal broedparen snel toe. In en om Den Haag kunnen ze weer veelvuldig worden waargenomen. Zo zit er vaak een groep ooievaars in Mariahoeve en zijn er bewoonde nesten in Marlot, Duindigt en de Wassenaarse wijk Kerkehout. Ook op en rond het Malieveld is de Ooievaar helemaal terug.
Het is onbekend waarom de ooievaar terecht is gekomen op het stadswapen van Den Haag. Waarschijnlijk speelde de veelvuldige aanwezigheid van het dier in de omgeving van het Binnenhof en het stadhuis een rol. Daarbij was de ooievaar als geluksbrenger een goede mascotte. Ook andere steden en dorpen kozen een vogel in hun wapen. Op het zegel dat het stadsbestuur van Den Haag in de Middeleeuwen onder officiële stukken hing, was een gestyleerde afbeelding van het Binnenhof te zien. Deze afbeelding evolueerde tot een poortgebouw. Toen in 1586 weer eens een nieuwe stadszegelstempel werd gesneden, plaatste de maker een ooievaartje voor de ingang van de poort. De ooievaar was toen al langer als 'mascotte' in gebruik. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de oudste luidklok van de Grote Kerk uit 1541 met een wapen met én de Haagse ooievaar: een aal in de bek en staand op een veldje met gras en bloemen. Ook op vroege stadsgezichten uit de 16de eeuw komt dit wapen voor. Het is overigens jammer dat bij de officiële vaststelling van het wapen door de Hoge Raad van Adel in 1816 het groene veldje is weggelaten. Dit groen bepaalde namelijk samen met de gouden achtergrond de stadskleuren van Den Haag: groen en geel. Of dit met veldje ook 'Het Groene Zoodje' -executieveld gelegen aan de Hofvijver voor gevangenen van de Gevangenpoort- werd bedoeld is onduidelijk. In elk geval is de Ooievaar helemaal terug in Den Haag. Nu nog de échte Haagse spirit.... Maar daar wordt achter de schermen hard aan gewerkt.
Jhr. Robert de Graaff Nassau van Henegouwen